Enkhuizen
Oratoriumkoor Stem en Snaren
Concert 2004  
Concert 2004 Recensie uit het Noordhollands dagblad (21-4-2004) WFcultuur, Stem en Snaren   Concert door de Christelijke Oratorium Vereniging Stem en Snaren, met medewerking van Diane Verdoodt (sopraan), Joke de Vin (alt), Ludwig van Gijsegem (tenor), Henk van Heijnsbergen (bas) en het orkest Philharmonia Amsterdam, het geheel onder leiding van Marcel Joosen; op het programma stonden de 'Messa di Gloria' van G. Puccini en het ‘Stabat Matrer' van G. Rossini. Vier koren onder leiding van Marcel Joosen, waaronder Stem en Snaren, voerden deze beide composities in het najaar van 2003 uit in het Concertgebouw.   Met dit concert in de pas gerestaureerde Zuiderkerk in Enkhuizen bood Stem en Snaren haar trouwe aanhang zondagmiddag de gelegenheid deze werken dichter bij huis te beluisteren. Zeer velen maakten van deze gelegenheid gebruik, de belangstelling was overweldigend. De 'Messa, di Gloria' van Puccini kent een traditionele, vijf delige opbouw, waarvan het muzikale zwaartepunt, zoals de naam aangeeft, in het tweede deel, het 'Gloria’ ligt. De eerste aanzet hiervan door het koor was krachtig en homogeen, de stemmengroepen zongen evenwichtig, met prettige, functionele dynamische bewegingen. Het koor heeft krachtig zingende sopranen, in het 'Qui tollis peccata mundi' zong de groep sterk, stabiel en heel mooi. Het 'Gloria' in deze mis is breed, krachtig en feestelijk geschreven. Aan  deze  eigenschappen voegden het grote koor en de dirigent hun eigen kracht, hun eigen opvatting toe. Het begeleidingsorkest bleef hierbij niet achter, waardoor sommige passages toch wat ondersneeuwden in een te groot volume, te veel kracht ook. Tenoren en sopranen waren op volle sterkte en heel mooi in de slotregels van het 'Gloria', deze groepen wer den hierbij geschraagd door het muzikale fundament van alten en bassen. Het orkest ging virtuoos om met de muzikale thema's, de begeleidende passages en solopassages kwamen over het algemeen goed tot hun recht. In het 'Credo' werd de muziek wat minder uitbundig vertolkt, hetgeen een mooie verbinding legde naar de fraaie, devote zang van de bas in 'Crucifixus etiam pro nobis'. Al eerder was de stem van tenor Ludwig van Gijsegem te bewonderen in 'Gratis agimus tibi', dit deel werd helder, op een bijna romantische manier vertolkt. Goed koper, mooie strijkers, het was helemaal Puccini. Wat eigenlijk niet klopte, was de tekst van de muziek. Maar die was er al voordat Puccini geboren werd. Het 'Stabat Mater' van Rossini zette in met een fraai kwartet van de vier solisten, waarna de tenor en de bas beiden enkele soli verzorgden. Helaas was de begeleiding van het orkest in het tweede deel van deze soli te zwaar, waardoor het geluid van de zang werd weggedrukt. De a capella gezongen delen kregen hierdoor een heel bijzondere lading, in deze passage verkreeg de zang zijn fijne nuances, het was ontroerend mooi. Aangrijpend was de zang van de alt, die in dit 'Stabat Mater' een groot aandeel had, in haar eigen soli en die van het Solistenkwartet. De soli van de tenor en de sopraan 'Sancta Mater' en 'Tui nati vulnerad' waren prachtig, ook omdat het orkest zich prima van zijn taak kweet en het meer zocht in muzikale nuance dan in volume. Kortom, een muzikale middag vol emotie, drama en vooral inzet, die door het zeer talrijke publiek werd beloond met ovationele bijval.                REGINA ARBOUW
Terug Terug Terug Terug