Enkhuizen
Oratoriumkoor Stem en Snaren
U vindt op deze pagina in vogelvlucht een stuk geschiedenis van onze oratoriumvereniging die op 13 februari 2013 haar 130-jarig bestaan vierde. Ons koor telt op dit moment ruim 100 actieve zangers en heeft op cultureel gebied een duidelijke plaats in Enkhuizen en omgeving. Via deze link vind je een overzicht van alle uitgevoerde werken vanaf de oprichting
Historie  
1883 -  De start van Stem en Snaren Op 13 februari 1883 wordt in een lokaal van de Gereformeerde Kerk in Enkhuizen de Christelijke Zangvereniging “Stem en Snaren” opgericht. Het initiatief komt voort uit de Christelijke Jongelingsvereniging. Of er ook meisjes op het koor mogen worden toegelaten wordt overgelaten aan de nog te vragen dirigent. Dat wordt de heer A. Verhorst, onderwijzer van de Vrije Protestantse Schoolvereniging. De naam wordt gekozen uit de toenmalige berijming van Psalm 43: ‘Dan zal ik juichend Stem en Snaren tot roem van Zijne goedheid paren…’ Er wordt gestart met 35 leden, die een contributie van 5 cent per repetitie betalen en op 31 januari 1884 wordt een eerste uitvoering gegeven. Het entreegeld is 25 cent. Het aantal leden groeit – in 1885 zijn er al 64 – maar er is een grote wisseling van dirigenten; in een tijdsbestek van 5 jaar zijn dat er maar liefst 5. 1890 - Discussies tussen dames en heren Tijdens de jaarvergadering van 1890 wordt er hevig gediscussieerd over het roken op de repetities. Enkele heetgebakerde dames (dames waren er dus toch) doen het voorstel om het roken tijdens de repetities en ook in de pauze te verbieden. Het voorstel wordt evenwel met een grote meerderheid van stemmen verworpen. Een jaar later beginnen de dames er weer over en die keer krijgen ze hun zin: tijdens het zingen en in de pauze zal niet meer worden gerookt. Maar daartegenover komt het verbod te staan voor de dames om tijdens de repetities niet mogen spreken (!). Wanneer ze dat wel doen en het verbod in feite overtreden, dan hebben de heren het recht om te roken. Deze geschiedenis wordt enkele heren kennelijk te gortig. Zij stellen voor de damesleden het stemrecht te ontnemen, maar dat gaat het merendeel van de leden toch te ver; het voorstel wordt verworpen. Na zo’n jaarvergadering doet men samenspraken en worden luimige en ernstige voordrachten gedaan. Dikwijls is het zo gezellig, dat het feest tot in de kleine uurtjes duurt. In latere jaren worden er aparte jaarfeesten gehouden. Zo lang de vereniging goed bij kas is levert dat financieel gezien geen problemen op, maar als dat verandert wordt voorgesteld dat de leden de kosten van het jaarfeest zelf betalen. Hiervoor is het enthousiasme niet groot. Toch wordt getracht de jaarfeesten in stand te houden, maar in latere jaren komt hiervoor een jaarlijks uitstapje, bijvoorbeeld naar Bergen, of een bezoek aan concerten in Amsterdam, in de plaats. 1893 - Oratoriumvereniging ..! Vanaf 1893 tot aan zijn overlijden in 1934 in de heer R.G. Crevecoeur dirigent, die dat ook is bij het Toonkunstkoor en het orkest Crescendo in Enkhuizen; voorts is hij organist bij de Hervormde Kerk en stadsbeiaardier. Onder zijn leiding worden verschillende oratoria uitgevoerd, zoals ‘Die Schöpfung’ van Haydn bij het 25-jarig jubileum; de Paulus van Mendelssohn bij het 30- jarig bestaan en Der Messias van Händel in 1928. Dit leidt er toe, dat Stem en Snaren op 5 november 1931 een oratoriumvereniging wordt en als zodanig bij Koninklijk Besluit van 11december 1931 wordt erkend. 1933 - Matthäus Passion Dat Stem en Snaren een vereniging is met een rijke historie wordt onder meer bewezen door het feit dat op 20 april 1933 voor het eerst in Noord-Holland boven het IJ door Stem en Snaren een integrale uitvoering wordt gegeven van de Matthäus Passion van Johann Sebastiaan Bach. Voor de heer Crevecoeur is dit een bekroning op zijn werk en Stem en Snaren geeft bij haar 50- jarig bestaan heel duidelijk aan in staat te zijn een dergelijk groot werk ten gehore te brengen. De uitvoering vindt plaats in de Westerkerk en een scribent meent dat er wel tweeduizend toehoorders zijn. Het wordt niet alleen als een plaatselijk gebeuren opgevat, maar ook regionaal als een evenement van belang ervaren. In die jaren heeft Stem en Snaren een eigen zangschool. Het bestuur vindt het prettig als er aan jongelui, die in de toekomst graag lid van het koor willen worden, les in muziek wordt gegeven. De zangschool, bedoeld voor kinderen vanaf 7 jaar – als ze 18 jaar zijn mogen ze op het koor – staat de eerste jaren onder leiding van de heer Crevecoeur en later neemt meester W. Zwaan die over. 1940-1945 - Oorlogstijd Vanwege financiële problemen kan de zangschool in het begin van de veertiger jaren niet langer bestaan, maar na de tweede wereldoorlog wordt in maart 1946 onder leiding van de toen aanwezige dirigent Wim ter Burg een nieuwe start gemaakt. Op een gegeven moment zijn er maar liefst 160 leerlingen. Helaas vertrekt ter Burg in 1952; er komt een nieuwe dirigent voor de zangschool met een andere aanpak en werkwijze en dit leidt er mede toe dat deze onderafdeling van Stem en Snaren verdwijnt. Die oorlogsjaren 1940-1945 waren voor het koor natuurlijk een bewogen periode. De problemen beginnen reeds in de mobilisatietijd. De dirigent Dick van Wilgenburg, die de heer Crevecoeur was opgevolgd, moet in militaire dienst en de Nutszaal kan niet langer als repetitieruimte worden gebruikt, want de zaal wordt ingericht als hospitaal. De Duitse taal is taboe en dit heeft tot gevolg dat het repertoire wordt beperkt. Sommige leden bedanken, want hoe kun je nog zingen in deze donkere tijd, maar anderen vinden dat je juist moet blijven zingen. De bezetter eist, dat elk koor zich moet aansluiten bij de Nederlandse Cultuurkamer. De Koninklijke Bond van Christelijke Zang- en Oratoriumverenigingen ziet het allemaal niet zo donker in en vindt dat men voorlopig maar moet toetreden, maar het bestuur denkt er anders over. Eén van de grootste bezwaren is het leidersprincipe van de bezetter met autoritaire bevoegdheid, maar ook het opnemen van de Jodenparagraaf in de statuten, waardoor zij geen lid kunnen blijven of worden, is een heikel punt. De leden zijn het hiermee eens en zo gaat er op 13 april 1943 een brief naar de Cultuurkamer met de mededeling dat de vereniging niet als lid van deze kamer wenst te worden beschouwd en dat de repetities met ingang van 1 april 1943 zijn gestaakt. Bij brief van 13 december 1943 bericht de Gewestelijk Politiepresident te Amsterdam, dat de vereniging is ontbonden en dat haar vermogen is verbeurd verklaard. Haar voortbestaan zal strijdig zijn met het algemeen belang en de openbare orde. Na de bevrijding worden de repetities hervat en op 29 augustus 1945 wordt in de Westerkerk, onder leiding van Dick van Wilgenburg, die daarna naar Enschede vertrekt, een concert gegeven, waar, zo vertellen de analen, maar liefst tweeduizend bezoekers zijn. Het koor telt in die jaren 170 leden. De vijftiger jaren Als Wim ter Burg, de opvolger van Dick van Wilgenburg, in mei 1953 vertrekt, wordt bij zijn afscheid Der Messias van Händel uitgevoerd. De sopraan Jo Vincent, die haar debuut maakte in Enkhuizen op 12 september 1923 bij een concert ter gelegenheid van het regeringsjubileum van koningin Wilhelmina, neemt op 22 mei 1953 eveneens afscheid. 1958 - het 75-jarig jubileum Daarna breekt een periode van maar liefst 25 jaar aan dat Stem en Snaren wordt gedirigeerd door Piet Halsema. Hij wordt niet, zoals zijn voorgangers, dirigent van het Toonkunstkoor en evenmin stadsbeiaardier. Onder zijn leiding wordt in 1958, ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum een concert gegeven. Ook wordt er voor de leden een feestavond gehouden, maar de vraag is of Stem en Snaren de 100 jaar zal halen. 1973 - Opnieuw de Matthäus Passion Die vraag  dringt zich een aantal jaren later opnieuw op als er nog slechts 41 leden zijn. Er wordt een ledenwerfactie ondernomen en de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach wordt op het programma gezet en dat heeft resultaat. Het ledental groeit en er kan weer een voltallig bestuur worden gevormd. Sinds 1981 wordt de Matthäus Passion van Bach om de vijf jaar uitgevoerd. 1983 -  Het 100 jarig bestaan Piet Halsema wordt in 1978 opgevolgd door Hans van Steenbergen. Evenals zijn voorganger neemt hij het oratorium Elias van Felix Mendelssohn Bartholdy in studie, dat in 1979 wordt uitgevoerd. Van dezelfde componist is de Paulus en iedereen vindt het een uitstekend idee om dat werk ten gehore te brengen bij het 100-jarig bestaan in 1983. Op 28 april van dat jaar wordt er ’s middags een receptie gehouden in die Port van Cleve en ’s avonds wordt, onder meer in aanwezigheid van de voorzitter van de bond, die ter gelegenheid van dit eeuwfeest een bronzen legpenning uitreikt, Mendelssohns Paulus uitgevoerd in een overvolle Zuiderkerk. Ook werkte het koor in het jubileumjaar mee aan het televisieprogramma U zij de glorie dat de NCRV uitzond. Een opname van dit programma kunt u hier bekijken  Bij dat 100-jarig bestaan is het net niet gelukt, maar in september 1983 wordt het 100ste  lid verwelkomd. Aan het dirigentschap van Hans van Steenbergen – naast de Matthäus Passion van J.S.Bach zijn onder zijn leiding verschillende grote werken uitgevoerd, zoals Messiah van Händel, Ein Deutsches Requiem van Brahms, cantates uit het Weihnachtsoratorium van Bach, Requiem van Mozart, Die Jahreszeiten van Haydn – komt helaas een eind door een tragisch verkeersongeval op 6 september 1999, waarbij hij het leven laat. Tineke Broers neemt na het overlijden van Hans van Steenbergen de leiding van het koor tijdelijk over en op 23 januari 2000 wordt als een in memoriam aan Hans van Steenbergen, onder anderen het Te Deum van W.A. Mozart uitgevoerd. Vanaf begin 2000 is de artistieke leiding van Stem en Snaren in handen van Marcel Joosen. Hij is een zeer deskundige en enthousiaste dirigent, hetgeen zijn uitwerking niet mist op de koorleden. Het 125-jarig jubileum in 2008 In 2008 is het dan zover: Stem en Snaren bestaat 125 jaar! Bij dit jubileum is met vier feestelijke activiteiten uitgebreid stilgestaan. Het begon met een grote verjaardagsreceptie in de Westerkerk op 13 februari, de oorspronkelijke oprichtingsdag. Leden met hun partners, oud-leden, vrienden en andere genodigden, zoals het gemeentebestuur van Enkhuizen en vertegenwoordigers van de Koninklijke Christelijke Zangersbond, waren daarbij aanwezig. Eerst was er een presentatie van de geschiedenis van de vereniging met foto’s uit het verre verleden van de stad, van de dirigenten en van enkele concerten. De felicitaties van het gemeentebestuur gingen vergezeld van het uitreiken van de zilveren penning van de stad Enkhuizen en bovendien ontvingen wij namens Hare Majesteit koningin Beatrix de Koninklijke penning. Vervolgens werd op 12 april een Jubileumconcert gegeven in de Zuiderkerk. Uitegevoerd werden  Te Deum van J. Haydn, Jubelmesse van C.M. von Weber en Messa di Gloria van G. Rossini met begeleiding van Philharmonia Amsterdam. Als solisten traden op Diane Verdoodt, sopraan; Wilke te Brummelstroete, alt; Ludwig van Gijsegem, tenor; Gijs van der Linden, tenor en Henk van Heijnsbergen bas. Op 26 april werd voor de leden met hun partners in een voor dat doel gezellig aangeklede gedeelte van de Zuiderkerk een feestavond gehouden. Het hoogtepunt van deze gezellige avond was het optreden van het Opmeer’s Vocaal Ensemble. Tenslotte sloten we het jubileumjaar af met een groots Scratchconcert op 4 oktober in de Westerkerk met 340 zangers en zangeressen uit het gehele land. Overdag zijn, met pianobegeleiding van Aukje Broers,  drie geweldige werken van Mozart ingestudeerd: Ave Verum, Laudate Dominum en Requiem. ’s Avonds zijn deze werken uitgevoerd in een goedgevulde Westerkerk. De orkestbegeleiding was wederom van Philharmonia Amsterdam en als solisten werkten mee: Elma van den Dool, sopraan; Eleonora Volkert, alt; Jeroen de Vaal, tenor en Henk van Heijnsbergen, bas. Dit alles natuurlijk onder leiding van onze dirigent Marcel Joosen.   2012 Een nieuwe naam Op verzoek van velen wordt op de ALV van 2012 besloten om de officiële naam COV Stem en Snaren weliswaar in de statuten te handhaven, maar naar buiten toe de naam Oratoriumkoor Stem en Snaren te gaan gebruiken.
1999 - Het verdrietige verlies van een dirigent